Geschiedenis van het kanaal

De geschiedenis van het kanaal van Gent naar Terneuzen.

 

Hoe begon het allemaal?

De Sassevaart tussen Gent en de Westerschelde was een voorloper van het Kanaal Gent-Terneuzen.

Door de dichtslibbing van het Zwin was het kanaal van Gent naar Damme (de Lieve) onbruikbaar geworden als verbinding tussen Gent en de Noordzee. Gent dreigde hierdoor zijn concurrentiepositie aan Antwerpen kwijt te raken. De Gentenaren waren daarom verplicht een andere uitweg te zoeken naar de zee en richtten daarom in 1547 een verzoek aan hun landvoogdes, Maria van Hongarije. Hierin vroegen ze of ze een verbinding tot stand mogen brengen met de Honte.

Op 26 mei 1547 leverde keizer Karel V een vergunning af tot het graven van de Sassevaart tussen Rodenhuize en de zeedijk van deBraeckman, later ook Gentse Vaart genoemd.

Ze mochten de oude Schipgracht vanaf Rodenhuize verbeteren en hem nog 3,5 kilometer doortrekken tot aan de Papegeule. Door het nieuwe kanaal kreeg Gent opnieuw een verbinding met de zee, zonder verdere omwegen via de Schelde en Antwerpen. De Honte lag toen nog dieper in het land.

De werkzaamheden werden in 1549 afgesloten. De afmetingen van de Sassevaart waren toen 1,60 meter diep en 19 meter breed.

Eerst liep de Sassevaart tot de Graaf Jansdijk (aangelegd vanaf 1402). Deze mocht niet doorbroken worden. Er vond toen overslag plaats van zeeschepen naar binnenvaartschepen over land.(Kijk maar eens op de kaart van Zeeuws Vlaanderen: Er bestaat nog steeds een dorpje Overslag!) Later werd de dijk doorbroken met twee sluishoofden samen een sas of sluis (gebouwd van 1551 tot 1563). Rond deze sluis is een vesting ontstaan, het huidige Sas van Gent. Ook was de vaart met de sluis nu een welkom hulpmiddel als afwatering en om overstromingen te voorkomen.

Al snel bouwden de Gentenaren een schans ter verdediging van hun sluis en de kleine nederzetting.

De geschiedenis van de Sassevaart is nauw betrokken bij de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en het 12-jarige bestand daarin (1609-1621).

Op 21 mei 1572 vielen de Watergeuzen Sas van Gent binnen, vernielden de sluis en het dorp op 10 huizen na. Pas in 1577 kon er weer door het Sas gevaren worden.300_de_sasse_sluis_anno_1633.jpg

Gent tekende in 1579 de Unie van Utrecht en zo kwam het kanaal in Staatse handen; in 1583 kwam het kanaal terug in Spaanse handen.

In 1585 veroverden de Spanjaarden Antwerpen, de hoofdstad van de Opstand. Dit veroorzaakte een nieuwe vlucht van Zuid-Nederlanders naar de Noordelijke Nederlanden. Het zuiden ging voor de Opstand verloren. De Spanjaarden in de Zuidelijke Nederlanden raakten echter Sas van Gent kwijt aan het Staatse Leger van prins Frederik Hendrik op 5 september 1644. Omdat Sas van Gent niet meer bij Gent hoorde  kon het zich uitbouwen tot een eigen handelsplaats.(In Gent waren de Spanjaarden de baas)

Na het verdrag van Münster

De Noordelijke Nederlanden bleven ook na 1648 de Schelde afsluiten naar Sas van Gent en Antwerpen. Hierdoor was Gent zijn verbinding met de Honte en de zee kwijt en raakte het kanaal in verval. In 1737 werd het kanaal uitgebaggerd. De Braeckman verzandde. Daardoor was geen scheepvaart meer mogelijk en moesten tot 1795 de goederen in Sas van Gent worden overgeladen. De Sassevaart verzandde en de Gentenaars gebruikten de Brugse vaart voor hun verbinding met de zee. De Braeckman werd ingepolderd.

Na 1815

Pas bij de hereniging van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden in 1815 kon er weer worden gedacht aan een kanaal naar de Honte. In 1823 besliste koning Willem I (toen België nog deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden) om de Sassevaart te verlengen naar Terneuzen. Het traject liep van Gent naar Sas van Gent, voornamelijk in de oude bedding van de Sassevaart. Van Sas van Gent naar Terneuzen liep de vaart door een schorrengebied (De Braeckmaninham, Sassegat en Axelse Gat). In Terneuzen werden twee sluizen gebouwd. Eén van 8 meter en één van 12 meter breed.

Vier jaar later opende Pieter van Doorn, gouverneur van Oost-Vlaanderen het kanaal namens de koning:

Op het canaal van Neuzen op Gent, geopend den XVIII November 1827, voeren er weer zeeschepen.

De afmetingen waren toen 4,5 meter diep tot Sas van Gent en 2,5 meter diep tot Gent. De breedte van het kanaal was op de bodem 10 meter en op waterspiegelniveau 24 meter. Ter gelegenheid van de opening waren er festiviteiten in Terneuzen, Sas van Gent en Gent, en in Gent bovendien een kosteloze broodbedeling voor de armen. Herdenkingsmedailles in goud, zilver en brons werden geslagen, de "Kraker".

Tussen 1830 en 1841 was er geen vaart door het kanaal van Gent naar Terneuzen, aangezien Nederland de Westerschelde had afgezet na de onafhankelijkheid van België. Ter hoogte van Zelzate plaatste de Belgische generaal Niellon palen in het water om te voorkomen dat Nederlandse schepen Gent zouden bereiken. Het kanaal verzandde. Pas in 1841, nadat de vaart terug was uitgebaggerd, ontstond weer scheepvaart langs het kanaal.

 

 

300_hist1.png

Vanaf 1870 werd het kanaal van Gent naar Terneuzen verdiept en verbreed. Hinderlijke bochten zoals in Langerbrugge, Rieme,Rodenhuize en Zelzate werden weggewerkt. Ook werd het kanaal verlegd via een nieuwe kanaalarm bij Zelzate. Diverse bruggen op het Belgisch grondgebied werden eveneens herbouwd. De werken op het Belgisch grondgebied waren klaar in 1881.

In Nederland werd in 1881 begonnen met de verbreding en verdieping van het kanaal. In Sas van Gent werd een derde kanaalarm gegraven met een nieuwe sluis, die werd afgewerkt op 1 september 1885. Het kanaal was op dat moment 6,5 meter diep, 17 meter breed op de bodem en 68 meter breed aan de waterspiegel.

In het Nederlands-Belgisch verdrag (tractaat) van 20 juni 1960 werden opnieuw afspraken gemaakt over verbreding en verdieping van het kanaal. Een deel van het dorp Sluiskil zou hierbij plaatsmaken voor het kanaal. In 1963 werden twee nieuwe sluizen in Terneuzen gegraven; één voor de binnenvaart en één voor de zeevaart. De oude sluis bij Sas van Gent werd gedempt en maakte plaats voor de oprit van de nieuwe brug en het Keizer Karelplein. Op 19 december 1968 werd het vernieuwde kanaal in gebruik genomen door koningin Juliana en koning Boudewijn. 

Weg- en waterbouw.

Van de vijf gebouwde sluizen in Terneuzen zijn er drie over: de Westsluis (1968), de Middensluis (de oorspronkelijke Zeevaartsluis geopend in 1910 en gerenoveerd in 1986) en de Oostsluis (1968).

 

300_hist2.jpg

Op het Belgische gedeelte van het kanaal zijn er twee veerdiensten, in Terdonk en in Langerbrugge, die zowel door voetgangers, fietsers en auto's kunnen gebruikt worden. Op het Nederlandse gedeelte vaart een veerdienst voor voetgangers en fietsers in Sluiskil. De meest noordelijke brug over het kanaal in Gent is de Meulestedebrug. De volgende 12 kilometer naar het noorden kan het kanaal enkel overgestoken worden via de veerdiensten van Terdonk en Langerbrugge. Daarna zijn er in Zelzate twee oeververbinden, namelijk de Zelzatetunnel en de Zelzatebrug.



Realisatie: TiDi Graphics