van zout naar zoet water

Je hebt misschien weleens zout water geproefd, als je in zee zwom.

Wist je dat in elke liter zeewater ongeveer 30 gram zout zit.

De meeste planten en dieren houden niet zo van zout water.

Door de Westerschelde stroomt ook het zoute water van de Noordzee.

Als schepen de sluizen van het Kanaal van Gent naar Terneuzen willen passeren, nemen ze ook een hoeveelheid zout water mee.

In Zeeuwsch-Vlaanderen wonen ook heel veel boeren, die hun water uit het kanaal gebruiken voor op de akkers.

Om nu te voorkomen dat er teveel zout water in het kanaal komt zijn er een aantal maatregelen genomen.

  1. In elke sluis zit een bellenscherm.
  2. Bij de zeesluis heeft men in het kanaal een zoutput aangelegd.
  3. Voor de twee andere sluizen ligt in de Westerschelde een drempel.

 

  1. Door  een buis met gaatjes in de bodem van de sluis wordt met kracht lucht door het water geblazen, waardoor een scherm van luchtbelletjes ontstaat.

Zout water is zwaarder dan zoet water en zakt naar de bodem.

Het bellenscherm zorgt er dan voor dat het zoute water zoveel mogelijk wordt tegengehouden.

     

  1. Toch is dit niet genoeg. Een flink zeeschip neemt al gauw een wagonlading zout mee

naar binnen. Om toch het zoute water zoveel mogelijk op te vangen, is het kanaal vlak achter de sluis 20 meter diep gemaakt: de zgn. zoutput.

Het zoute water zakt naar de bodem van die put en wordt dat via een omloopriool teruggevoerd naar de Westerschelde.

Hieronder zie een plaatje van een soort bellenscherm.

 600_zoetzout.jpg



Realisatie: TiDi Graphics